Na meer dan twee jaar hard werken werd de restauratie van het exterieur van de begijnhofkerk van Diest begin dit jaar afgerond. Het was een noodzakelijke en ingrijpende restauratie op verschillende vlakken.

Korte historiek van de kerk

Het begijnhof van Diest werd in 1938 beschermd als monument. Een jaar later volgde de bescherming als landschap. In 1998 werd het begijnhof samen met 13 andere Vlaamse begijnhoven erkend als Unesco werelderfgoed.

Het begijnhof kent een lange geschiedenis. De begijnhofkerk is gebouwd in de veertiende eeuw in de typische, lokale Diestiaan ijzerzandsteen. Het gebouw werd gewijd aan de heilige Catherina.  Haar hulp werd ingeroepen bij brand- en huidkwalen.

In de zeventiende eeuw kende het begijnhof van Diest zijn grootste bloei: de houten huizen werden vervangen door stenen huizen en de straten kregen hun kasseiaanleg met de typische Tiense kwartsiet. In deze periode werd ook het grondniveau van het begijnhof verhoogd met 130 centimeter. Dit had een grote impact op de kerk. Het is de reden waarom het gebouw vanaf dat ogenblik werd afgewerkt met een verhullende witte kalklaag.

Op het einde van de achttiende eeuw werd de kerk ingrijpend verbouwd. De binnenruimte kreeg een nieuw stucco-plafond, waarbij de trekbalken van elke travee werden doorgezaagd en hoger geplaatst. Er werd ook een gordelboog afgebroken.

Door al de bovenstaande ingrepen, een instabiele ondergrond en een scheve vieringtoren had de Sint-Catharinakerk stabiliteitsproblemen.

Aanpak van de funderingen

De funderingen van de Catharinakerk waren niet meer stabiel.  Om ze te verstevigen moest men veel dieper gaan dan de bestaande funderingsaanzet om een draagkrachtige laag te vinden. 

Tijdens het ontwerp werd afgestapt om te werken met micropalen en werd besloten ‘jet-grouting’ toe te passen. Dat is een techniek waarbij funderingspalen in de grond worden gevormd. Dit gebeurt met een dunnere boorstang dan bij micropalen, die onder hogere snelheid zijdelings vloeibaar cement injecteert. De roterende boorstang wordt tijdens het injecteren opgetrokken tot men tegen de historische funderingsaanzet zit.

Het grote voordeel is  dat je met deze techniek de nieuwe funderingspalen kan uitvoeren langs de buitenzijde van een gebouw. Er moest dus niet geboord worden aan de binnenkant van de Catharinakerk.

De stabilisering van de buitenmuren en de toren

De stabiliteit van de Catharinakerk was al lang een probleem. Door de ingrijpende verbouwingen in het verleden en een onstabiele ondergrond stond het gebouw letterlijk op instorten.  In de jaren 1990 werden noodstuttingen geplaatst. Er werden ook trekkers aangebracht aan de binnenzijde van de kerk.  Op de foto is te zien hoe de scheiboog van de zijbeuk ook volledig aan het uitknikken was.

Tijdens de huidige restauratie werd een koppeling van stalen balken aangebracht boven het gepleisterde gewelf in combinatie met zichtbare trekkers in de zijbeuken. In de toren werd een stalen structuur geïntegreerd die losstaat van de bestaande houten torenstructuur. Deze ingrepen zorgen voor een definitieve consolidatie van het gebouw.

 

De restauratie van de buitengevels

Diestiaan ijzerzandsteen is een lokale roestbruine zandsteen die vele monumenten in het Hageland kenmerkt. Het probleem is dat deze lokale natuursteen niet meer ontgonnen wordt. Daarom werd bij de Catharinakerk geprobeerd om zoveel mogelijk van de oorspronkelijke stenen te behouden. De stenen werden behandeld met steenverstevigende middelen en bijgewerkt met steenherstelmortels. Op sommige plaatsen was vervangen de enige mogelijkheid.

Bij restauratie werd beslist om opnieuw een witte kaleilaag aan te brengen. Dit was historisch de meest correcte oplossing. Vooronderzoek heeft namelijk aangetoond dat de kerk in de eerste eeuwen geen witte afwerkingslaag had, maar wel een ingekleurde voegafwerking.

Vóór de restauratie van de buitengevels waren er sporen van witte kaleilagen en soms ook bepleistering zichtbaar op de ijzerzandstenen gevels. Deze afwerkingslaag dateert vermoedelijk van na de transformaties uit de zeventiende eeuw. Door de verhoging van het vloerniveau werden gevelopeningen grondig gewijzigd, portalen aangebouwd en verplaatst. Een afwerkingslaag camoufleerde deze bouwsporen en zal dat ook nu opnieuw doen.

 

Ook op technisch gebied biedt een kaleilaag voordelen. Een kaleilaag zorgt voor een kleinere absorptie van regenwater, waardoor de verwering van de steen minder snel zal gebeuren. Belangrijk hierbij is dat de droging van de steen met kaleilaag even vlot gebeurt, waardoor de kans op vorstschade niet vergroot.

De toekomst

Na deze ingrijpende structurele werken wordt de Catharinakerk de komende jaren gemonitord. Er blijven meetpunten opgesteld in de kerk om eventuele bewegingen te kunnen volgen. In een volgende fase wordt ook het interieur onder handen genomen.  

Recent werd een beheersplan voor het begijnhof afgerond. Hierdoor kan het OCMW samen met de stad verder gaan met de restauratie en opwaardering van heel de site.

Links

Reacties (0)

Reageer op dit artikel