Archeoloog Marc Dewilde is als geen ander thuis in de frontstreek. Hij onderzoekt er al decennia de meeste toevalsvondsten van de Eerste Wereldoorlog. De vondst en identificatie van tweede luitenant Eric Henderson begin vorig jaar deed zijn hart wat sneller slaan.

Een toevalsvondst

Toen we op maandag 27 februari 2017 uitrukten naar de Eekhofstraat in Voormezele (Ieper), leek het om een toevalsvondst als zovele andere te gaan. Het regende. Omdat de afspraken en de aard van de werken geen vertraging toelieten, werkten we verbeten door. Langzaam kreeg in onze kuil een menselijk skelet vorm, of althans een gedeelte ervan. Afgaande op een schoen was het een Brit. Plots bleek een klompje aarde in de borststreek een medaille te zijn. Een medaille, die ons met een beetje poetswerk toeliet een naam af te lezen. Henderson … Zou het? Het is heel ongebruikelijk dat we gesneuvelde soldaten kunnen identificeren.

Na grondige reiniging bleek de medaille aan de ene zijde de beeltenis van koning George V te dragen, met als randschrift: GEORGIUS DEI GRA BRITT: OMN REX. Aan de andere zijde was een naam, rang en regiment vermeld: ERIC HENDERSON 2nd LIEUT 3th CITY LONDON REGT NON SFT. Met wat snel opzoekingswerk kwamen we meer te weten. Eric Henderson was gesneuveld op 7 juni 1917, bij het begin van een mijnenslag. Hij was dan 21 jaar.

Fysisch-antropoloog Kim Quintelier leverde enkele weken later het eerste harde bewijs: het ging inderdaad om een jongeman van ongeveer 20 jaar. Ook Dries Chaerle, historicus bij het In Flanders Fields Museum, ging aan de slag. Hij ploos de War Diary van het 8ste bataljon (Post Office Rifles) van het London Regiment uit. Daaruit bleek onder andere dat het hoofdkwartier van het bataljon van Henderson op 7 juni verhuisde naar de Dammstrasse. Toen ze daar op 12 juni afgelost werden, maakte men de balans op. Die was niet positief. Bij de ‘other ranks’ telde men 39 doden, 172 gewonden, 2 vermiste gewonden en 2 vermisten. Twee officieren, waaronder Henderson, sneuvelden en 6 werden verwond.

Was dit werkelijk het lichaam van tweede luitenant Eric Henderson? Tot nu toe klopte het verhaal. De vindplaats van het lichaam kwam ook mooi overeen met de sector waar hij sneuvelde. De Dammstrasse ligt parallel met de Eekhofstraat en was een holle weg, die als toegangsweg naar het landhuis White Château leidde. Begin dit jaar leverde Steve Arnold van de Commonwealth War Graves Commission het definitieve bewijs: DNA-onderzoek wees uit dat het met absolute zekerheid om Eric Henderson ging.

Henderson was een inlichtingenofficier en kwam vermoedelijk om bij een verkenningsopdracht. Hij wordt herdacht op paneel 54 van de Menenpoort.

Nieuwe aanpak

Sinds 2013 worden menselijke resten uit de Eerste Wereldoorlog, die buiten reguliere archeologische opgravingen worden aangetroffen, altijd beschouwd als toevalsvondsten en door het agentschap Onroerend Erfgoed behandeld. Een zorgvuldige opgraving garandeert een maximale recuperatie van alle vondsten. En dat is de best mogelijke kans om te achterhalen wat de nationaliteit is, het regiment, de rang en hopelijk ook de identiteit van een individu.

Het blijft echter uitzonderlijk dat we aan een gesneuvelde soldaat ook een naam kunnen gegeven. De eerste uitzondering was François Metzinger in 1998. François was een Franse Zouaaf die in een obustrechter werd aangetroffen bij infrastructuurwerken voor de uitbreiding van de Ieperse industriezone. Hij droeg een zelfgemaakt identificatieplaatje en sneuvelde tijdens de 2de Slag bij Ieper. Op 5 oktober 1999 werd hij herbegraven in St. Charles de Potyse.

In 2013 vonden we zes lichamen naar aanleiding van verkaveling De Vloei langs de Zonnebeekseweg. Daar voerde ADEDE bvba in mei een proefsleuvenonderzoek uit, waarbij het collectieve graf van zes Britse artilleristen aangesneden werd. Jan Decorte (CO7) en het agentschap voerden de berging uit. De Commonwealth en het In Flanders Fields Museum konden twee van de resten identificeren via DNA: Albert William Venus en Joseph William Rowbottom (zie hieronder).

In 2015 stootten we bij een toevalsvondst in de Galgestraat in Wijtschate op 10 soldaten met een identificatieplaatje bij zich. Een unicum in de opgravingshistoriek van gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog! Het ging om een Duits massagraf. Bijna alle gesneuvelden behoorden tot het 15de Königlich Sächsisches Infanterie-Regiment Nr. 181, dat in het Oost-Duitse Chemnitz gelegerd was.

De gesneuvelden waren in een bijgewerkte obustrechter begraven, soms in een kist en soms enkel met een kistdeksel en een kistbodem. In totaal konden we 22 Duitse soldaten bergen, waarvan er 10 een identificatieplaatje bijhadden. De plaatjes vonden we ter hoogte van de borststreek. De touwtjes waren vergaan. Erop waren naam, adres, geboortedatum, stamnummer en andere regimentsinformatie aangebracht. Daaruit bleek dat het, op twee uitzonderingen na, om prille twintigers ging. Willy Roth (zie hieronder) was zelfs nog geen 20 jaar!

 

Van de 64 individuen die we in 2016 onderzochten, kon er maar één geïdentificeerd worden: kapitein Henry John Innes Walker. In 2017 kwamen er 41 volledige skeletten aan het licht en bij wegenwerken in Wijtschate ook verspreid menselijk botmateriaal. Opnieuw konden we aan slechts één individu een naam geven, namelijk die van tweede luitenant Eric Henderson. Hij is voorlopig de laatste vergeten soldaat in dit overzichtslijstje. 

Marc Dewilde                                                                          

Reacties (0)

Reageer op dit artikel