Er wordt weer gewitterd in Lommel. Eén keer in het jaar trekken de witterende mannen van Erfgoed Lommel en Natuurpunt hun stoute laarzen aan om de prachtig bewaarde Lommelse vloeiweiden met kalkrijk water te bevloeien. Wij waren er dit jaar bij.

Bij Lommel kolonie ligt een systeem van graslanden, voorzien van bedjes, toevoerkanaaltjes (bovenzoef) en afvoergreppels (onderzouw). Het ligt er al 150 jaar. Ooit was het bedoeld om de zure en droge heidegronden naar hoogproductieve hooilanden om te zetten en de gronden te verkopen. Er was immers een grote nood aan bewerkbare en bewoonbare gronden, want de bevolking in de regio groeide snel aan.

In de Kempen lag een enorme voorraad aan extensief beheerde heide. Die moest koste wat kost in intensief beheer worden genomen. De jonge Belgische staat hield er een obsessie aan over. Ze richtte zelfs een ‘Service de l’irrigation de la Campine’ in en stuurde een team ingenieurs het veld in om bevloeiingsprojecten van de grond te krijgen. De kolonisatie van het binnenland kon beginnen.

Een lucratieve business is het nooit geworden, maar het ‘witteren’ is in Lommel wel een begrip. Vrijwilligers helpen er de traditie in ere te houden. Het idee bestaat om de praktijk van het witteren door Unesco tot immaterieel cultureel erfgoed te laten erkennen. En dat is de aanleiding om het publiek kennis te laten maken met deze traditie en gelijk ook draagvlak voor het initiatief te creëren. Wie wil, mocht dus mee komen witteren.

Erfgoedonderzoekers en beheersconsulent, Inge Verdurmen, Jan Bastiaens, Myriam Van den Broeck en ikzelf gingen graag op de uitnodiging in. Wij wilden het beheer van deze als cultuurhistorisch landschap beschermde vloeiweiden aan het werk zien. Toen wij er waren scheen de voorjaarszon. En warempel, wij zagen het witteren schitteren. Niet al wat blinkt is goud. Het kan ook de reflectie van de voorjaarszon in het zacht kabbelende water van de vloeiweide zijn.

Reacties (0)

Reageer op dit artikel