Nog tot eind augustus is jong en oud welkom in Ieper voor een unieke tentoonstelling, gewijd aan de archeologie van de Eerste Wereldoorlog. Tijd dus om kort stil te staan bij het ontstaan van deze niche binnen de erfgoedsector.

Van 17 februari tot 26 augustus 2018 brengt het In Flanders Fields Museum te Ieper de tentoonstelling ‘Sporen van oorlog’. Centraal staat de belangrijke rol van het archeologisch onderzoek in de studie van de grote wereldbrand. Naast foto’s, film, getuigenissen, archieven en dagboeken vervolledigen de archeologische vondsten het beeld van een gruwelijke periode. Aan opgravingsmateriaal is er trouwens geen gebrek. Overal in de Westhoek vindt men de archeologische resten van de oorlog. Ze blijven vrijwel dagelijks opduiken, ook honderd jaar na de gevechten.

Het heeft een tijd geduurd voor de archeologie van de eerste wereldoorlog in Vlaanderen wetenschappelijke aandacht kreeg. De start werd genomen in 2002, wanneer toenmalig minister Van Grembergen het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium de opdracht gaf opgravingen uit te voeren op het traject van de A19-snelweg, die dwars door het frontgebied zou worden aangelegd. Later werd het archeologisch oorlogsonderzoek verdergezet door het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. Sinds 2005 steeg het aantal opgravingen door de opkomst van de zogenaamde Malta-archeologie en de tomeloze inzet van jonge archeologen, die daarbinnen werkzaam zijn. Wat later vervoegden ook de archeologen van de Universiteit Gent het werkveld. Het resultaat, na honderden opgravingen, is dat er enorme vooruitgang werd geboekt in onze kennis van het leven aan en achter het front.

‘Sporen van oorlog’ toont dat de archeologie van WO I meer is dan een verhaal van bunkers, tunnels, loopgraven, smalsporen en wapens. Ook het persoonlijke leven van de soldaten komt sterk in beeld. Individuele bezittingen brengen de mensen in het verhaal heel dichtbij. Tegelijk verwijzen ze naar hun dood: ze zijn achtergelaten in het heetst van de strijd, meegegeven in een haastig gedolven graf, of kwijtgespeeld in een militair kamp of hospitaal. Nog meer confronterend zijn natuurlijk de menselijke skeletten zelf. Dat geldt trouwens ook voor de dierenresten, die overal aan en achter het front begraven zijn. De skeletten van paarden en muildieren tonen dat ontelbare dieren in de menselijke waanzin zijn meegesleept.

De tentoonstelling wordt begeleid door een boek (Sporen van oorlog, Birger Stichelbaut (red.), uitgeverij Hannibal), waaraan ook onderzoekers van Onroerend Erfgoed hebben meegewerkt. Het is te koop in de betere boekhandel voor 29,50 €.

Links

Reacties (0)

Reageer op dit artikel