In Gaasbeek liggen de graven op het kerkhof tussen hoge en weelderig groeiende grassen en kruiden. Dat heeft niets te maken met slecht onderhoud, maar met de aanwezigheid van zeldzame vegetatie. Het agentschap Onroerend Erfgoed streek neer om een inventaris van al die plantensoorten op te stellen.

Erfgoed in samenhang

Het kerkhof van Gaasbeek ligt aan de voet van de beschermde Onze-Lieve-Vrouwkerk, onderaan een heuvelrug. De zone maakt deel uit van de dorpskom, die eveneens beschermd is. Plein, kerk, grafplaats en weiland vormen een eenheid, zoals je die vandaag nog maar weinig tegen komt.

De locatie is bijzonder, maar wat dit kerkhof werkelijk uniek maakt, is de aanwezigheid van zeldzame vegetatie. De begroeiing mag tijdens de zomer van 2015 vrij zijn gang gaan, zodat er onderzoek kan plaatsvinden. Binnenkort start de opmaak van een beheersplan in opdracht van de gemeente. Dit plan zal de toekomst van de zeldzame plantensoorten op het kerkhof verzekeren.

Zeldzame grassen en kruiden

Het ideale moment om begroeiing te onderzoeken, is de zomer. Grassen en kruiden staan dan in bloei, zodat ze goed herkenbaar zijn. Als agentschap hebben we de kennis in huis om de meeste soorten te determineren. De opmaak van het beheersplan was dan ook een ideale gelegenheid om het kerkhof te bestuderen.

Op een soortenlijst van veelvoorkomende begroeiingen konden we heel wat zeldzame soorten aankruisen. Zo ontdekten we een grote hoeveelheid ruige leeuwentand tussen de margrieten en ook aardbeiganzerik en de gewone ereprijs. Ruige leeuwentand is een kruid dat al een tijdje op de rode lijst staat. Hij wordt 15 tot 40 cm hoog en bloeit van juni tot de herfst met gele bloemen. 

Verder troffen we op het kerkhof interessante grassoorten aan zoals reukgras, kamgras en, als kers op de taart: goudhaver. Goudhaver is een vrij klein gras met een fijne, goudgele bloempluim. Deze soort komt alleen voor op matig vochtige en matig voedselrijke grond. Het grasje verdraagt een intensief graslandbeheer maar slecht. Om die reden komt het in Vlaanderen niet zo vaak meer voor.

Kerkhoftraditie

Het kerkhof van Gaasbeek katapulteert ons terug in de tijd. Vóór de Tweede Wereldoorlog waren de graslanden in Pajottenland veel soortenrijker. De vegetatie kon er goed gedijen op de schrale zandige ondergrond van de hellingen. 

Na 1945 verdwenen de graslanden stelselmatig door bebouwing, bemesting en overbegrazing. Ook op de kerkhoven kwamen ze minder voor. Een verandering in de smaak en traditie maakte ze daar minder gewenst. Bij het beheren van kerkhoven werd vaak gebruik gemaakt van pesticiden om de ze ‘onkruidvrij’ te houden.

Sinds 1 januari 2015 mogen gemeenten geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruiken. Het kerkhof van Gaasbeek is een goed voorbeeld van hoe dat kan. De gemeente gebruikt al langer heet water tegen onkruid. Dankzij deze aanpak kunnen op het kerkhof planten groeien die elders zeldzaam zijn geworden. De grasmat is mooi dicht gegroeid, samen met de schralere bodem zorgt dit ervoor dat ongewenste kruiden als brandnetels en distels weinig kans krijgen.

De toekomst

Om de kruidrijke vegetatie te waarderen, zal gezocht worden naar een aangepast maaibeheer. Dat moet zowel de erfgoedwaarden verzekeren als het comfort naar de gebruiker toe. De gemeente engageert zich om dit waardevol stukje erfgoed te bewaken. Daarom wordt er, in samenwerking met verschillende actoren, een beheersplan opgesteld dat deze visie zal vertolken voor de komende 20 jaar.

Reacties (0)

Reageer op dit artikel