VCM-Contact 22


De werking van verenigingen
Riemst, 27 november 1999: vierde Uitwisselingsdag van de VCM

In het vorig nummer van VCM-Contact werden de voornaamste thema's van de Uitwisselingsdag '99 reeds voorgesteld. Nu het programma helemaal op punt staat, volgt hier de definitieve introductie.

Het statuut van de vereniging
Voor één keer wordt de erfgoedproblematiek wat naar het achterplan verwezen: bij deze uitwisselingsdag probeert VCM een antwoord te geven op enkele veel gestelde vragen rond de werking zelf van de verenigingen. Dat daarbij begonnen wordt met de vzw-statuten, is geen toeval. Veel monumentenverenigingen, heemkundige kringen, 'vrienden van...' en andere erfgoedverenigingen ontstaan uit het enthousiasme (of de verontwaardiging) van enkele buren, collega's, buurtbewoners... Zij gaan, op zijn minst enige tijd, als feitelijke verenigingen door het leven, tot de groei van de vereniging, de huisvesting, de eigendom van een collectie of een archief, het aanwerven van personeel, de vraag om subsidies of in het slechtste geval een zwaar conflict, het vzw-statuut noodzakelijk maakt.

Bij de vele vragen om advies blijkt altijd weer dat vzw-statuten eenvoudig lijken, maar dat goede voorbeelden veeleer zeldzaam zijn. De vereisten van diverse wetten en regels (de wet van 1921 op de vzw's, de Vlaamse wet-en regelgeving inzake werkingsmiddelen voor de sociaal-culturele sector of de regelgeving rond restauratiepremies in de monumentenzorg), de mogelijkheid om bepaalde (handels)activiteiten te verrichten, het al dan niet BTW-plichtig zijn... het vergt allemaal een zorgvuldig formuleren van de doelstellingen, een zorgvuldig samenstellen van de bestuursorganen, een wikken en wegen. Het wordt ook alsmaar duidelijker dat 'modellen' van statuten letterlijk overnemen niet volstaat. Elke vereniging in wording heeft haar eigen specificiteit, haar eigen hoofd- en nevenactiviteiten, haar inbedding in de lokale situatie. Zij moet bijgevolg eigen statuten (laten) uitwerken. Modellen zijn belangrijk, maar kunnen alleen inspiratiebron zijn. De 'handleiding', zoals voorgesteld tijdens de komende Uitwisselingsdag, moet daarvoor een wegwijzer zijn. Ze werd geschreven vanuit de veel voorkomende vragen van verenigingen en zal na de uitwisselingsdag allicht nog voor aanvullingen en wijzigingen vatbaar blijken.

Hoe vrijblijvend is vrijwilligerswerk?
In een occasioneel en los samenwerkingsverband is de inzet van vrijwilligers zelden een probleem. Als een werking echter bestendigd wordt, als de vereniging patrimonium, collecties of archieven gaat beheren, krijgt ook de medewerking van vrijwilligers een permanent karakter. Rechtspersoonlijkheid is dan een solide en meestal noodzakelijke basis voor duidelijke afspraken met de vrijwilligers: over hun taken, hun verantwoordelijkheid, hun aansprakelijkheid en over de garanties die de organisatie hen biedt.

Werken met vrijwilligers wordt door ieder van ons als een evidentie beschouwd. Geen enkele vereniging zou overleven zonder de inzet van (vele) vrijwilligers. Wellicht trekt niemand de maatschappelijke relevantie van het voluntariaat in twijfel.
Een nationale staking van alle vrijwilligers zou ongetwijfeld meer lamleggen dan een nationale spoorwegstaking. Toch bestaat - of bestond - rond het vrijwilligerswerk veel onduidelijkheid of onenigheid. Toen het onderzoek rond vrijwilligerswerk (zie programma), in opdracht van de Koning Boudewijnstichting startte, was men het in het begeleidingscomité - samengesteld uit een groot aantal vertegenwoordigers van vrijwilligersorganisaties - oneens van a tot z: te beginnen bij de definitie van vrijwilligerswerk, tot de uiteindelijke noodzaak van een 'statuut' voor de vrijwilliger. Een enorme verdienste van het onderzoek is in elk geval, dat de hele problematiek nu duidelijk is gesteld. Belangrijke partners zoals de leden van de Jeugdraad blijven - ongetwijfeld terecht - vrezen dat teveel structuur het spontane vrijwilligerswerk zal afremmen, vooral bij jongeren. Het Platform voor Voluntariaat en veel organisaties uit de verzorgings- of welzijnssector, vinden een statuut voor de vrijwilliger dan weer heel dringend en absoluut noodzakelijk. Ook veel verenigingen uit de erfgoedsector - die vaak de verantwoordelijkheid dragen over een niet onbelangrijk patrimonium - vinden het statuut broodnodig. Voor VCM is de Uitwisselingsdag een uitstekende gelegenheid om het standpunt of de ervaringen van de leden-verenigingen duidelijk te leren kennen.

Wie er als bestuurslid van een vereniging nog niet heeft over nagedacht, schrikt ongetwijfeld terug bij de vele vragen over vrijwilligers: hoe vrijblijvend is vrijwilligerswerk (voor beide partijen), mag ik schriftelijke afspraken maken met mijn vrijwilligers of heb ik dan een arbeidsovereenkomst, mag ik onkosten vergoeden en moet ik die vergoeding aangeven, mag ik stiptheid eisen van mijn vrijwilligers, moet een vrijwilliger het arbeidsreglement eerbiedigen, wat als een vrijwilliger een zware nalatigheid begaat, hoe zit het met de ongevallenverzekering voor vrijwilligers... Het zijn allemaal kwesties die men zich tijdig moet durven afvragen. Ten geleide stelt de Koning Boudewijnstichting de deelnemers aan deze Uitwisselingsdag de brochures 'Statuut van de vrijwilliger, knelpunten en oplossingen' en 'Statuut van de vrijwilliger, 10 praktische vragen en antwoorden' gratis ter beschikking.

De werkingsmiddelen
Grote of kleine verenigingen, ze hebben allemaal behoefte aan basismiddelen voor hun gewone werking. Verenigingen die in heel Vlaanderen actief zijn, kunnen - indien zij beantwoorden aan enkele vereisten - subsidies krijgen van de Vlaamse Gemeenschap.
Over de diverse decreten die hierin een rol kunnen spelen, krijgt u een duidelijk overzicht tijdens de Uitwisselingsdag. Ook al zijn er maar enkele monumentenorganisaties die uit deze bron kunnen putten, het is het weten waard. Lokale verenigingen zijn meestal bij een koepel aangesloten, maar hebben weinig zicht op de 'diensten' die ze van deze koepel kunnen verwachten. Daarbij komen ook nog de provinciale subsidies, in principe voor verenigingen die het lokale niveau overstijgen. Ook hiervan wordt een overzicht gegeven: zo beknopt als mogelijk, want niets is hetzelfde in de vijf provincies. Ook op de mogelijkheden van het lokale niveau wordt dieper ingegaan, niet alleen omdat dit voor het grootste aantal verenigingen van belang is, maar vooral omdat een uitgebreide enquête van de Koning Boudewijnstichting bij honderden lokale organisaties een zeer rijke verzameling van mogelijkheden bijeenbracht waarbij lokale besturen het verenigingsleven kunnen subsidiëren of ondersteunen. In de publicatie 'Tandem, samenwerking van vereniging en gemeente' vindt men dit allemaal terug. Guy Redig, coauteur, zet op de Uitwisselingsdag alles nog eens op een rijtje.

Ten slotte brengen de eigen VCM-medewerkers ook de (voorlopige) resultaten van hun enquête bij de leden-verenigingen. Er werd bij de leden niet alleen gepeild naar de subsidies of andere vormen van ondersteuning die de verenigingen van de lokale of hogere overheden krijgen, er werden ook vragen gesteld over privé-sponsoring en eigen middelen (bijvoorbeeld uit lidgelden, activiteiten of publicaties). Hierbij ging de aandacht vooral naar voorbeelden die inspirerend kunnen werken bij andere verenigingen. Daarvoor dient tenslotte de 'Uitwisselingsdag'.

Programma
De uitwisselingsdag vindt plaats in de Mergelgrotten van Kanne-Riemst, ingang gelegen langs het Avergat in Kanne.

09.30 uur Ontvangst met koffie

10.15 uur Welkomstwoord door Jan Peumans, burgemeester van Riemst

10.20 uur Inleiding door Herman Balthazar, voorzitter van de VCM

10.30 uur Een modelstatuut voor erfgoedverenigingen? presentatie van een 'handleiding' door Marleen Denef, aspirant FWO-Vlaanderen, Afdeling Economisch Recht, Jan Ronse Instituut voor Vennootschapsrecht, K.U.Leuven

11.00 uur Het statuut van de vrijwilliger, knelpunten en oplossingen
Uiteenzetting door Sarah D'hondt, juriste, doctoranda aan de K.U.Leuven, medeauteur van een gelijknamige studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting.

12.30 uur Korte vragenronde, gelegenheid tot schriftelijke vraagstelling en aperitief

12.50 uur Lunch

13.30 uur Kennismaking met Riemst: wandelingen/rondritten naar keuze:
- Busrit naar de Waterburcht van Millen
- Wandeling door de mergelgrotten van Kanne
- Wandeling door de deelgemeente Kanne

15.00 uur Werkingsmiddelen voor de verenigingen, deel 1: Een overzicht van de Vlaamse en provinciale subsidiekanalen: het dienstendecreet, het decreet op de volkscultuur, het decreet verenigingen en het decreet instellingen; subsidieregelingen in de vijf Vlaamse provincies.

15.30 uur Werkingsmiddelen voor de verenigingen, deel 2: Tandem, samenwerking van vereniging en gemeente: uiteenzetting door Guy Redig, afgevaardigd beheerder van de Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en -consulenten, medeauteur van de gelijknamige studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting.

16.00 uur Werkingsmiddelen voor de verenigingen, deel 3: Resultaten van het VCM-onderzoek door Paul Van Schoors, algemeen coördinator en Ingo Luypaert, projectcoördinator van de VCM.

16.30 uur Vragenronde

17.00 uur Conclusies van de dag, door Herman Balthazar, voorzitter van de VCM

17.15 uur Slotwoord door de burgemeester van Riemst en drink aangeboden door het gemeentebestuur.

Riemst
De gemeente Riemst bestaat uit 10 mooie 'kerkdorpen', die ieder hun eigenheid bewaard hebben. In elke dorpskern vindt men nog vierkantshoeven, die geheel of gedeeltelijk in streekeigen mergelsteen uitgevoerd zijn. Tussen de komdorpen ontplooit zich het prachtige landschap van droog Haspengouw met uitgestrekte velden, holle wegen, kappelletjes... De Jeker kronkelt door dit landschap en voert de bezoeker naar de deelgemeente Kanne, 'parel van de Jekervallei'.
De mergelgrotten, die zich over de beide Limburgen uitstrekken, vormen het mooiste en grootste ondergronds museum van België en Nederland. Men wordt er geconfronteerd met miljoenen jaren geschiedenis en men kan er genieten van een uniek ondergronds landschap, door de mens tot stand gebracht. Kalkontginning leidde tot een waar labyrint van gangen met op Riemster grondgebied een totale lengte van circa 300 kilometer.
Van de landelijke gemeenten in Vlaanderen telt Riemst het hoogste aantal beschermde monumenten. De gemeente heeft 78 beschermde monumenten en dorpsgezichten en telt er nog 11 op de ontwerplijst voor bescherming. Ze werkt bovendien aan een inventarisatie die in de komende jaren nog tot de bescherming van een dertigtal items zou moeten leiden.


De werking van verenigingen
Funerair erfgoed. Meer dan een verslagboek
Leegstand: bedreiging voor ons erfgoed
Belforten bijna Werelderfgoed?
Twee kastelen,twee verenigingen
Op zoek naar een eigentijdse bestemming voor historische militaire gebouwen
Inhoud VCM-contact 22